01 apr Afscheidswoord Arjen Korevaar
Na veertien jaar in de gemeenteraad van Barneveld neem ik afscheid. Dat is een bijzonder moment.
Ik zou daar een mooi gepolijst verhaal van kunnen maken, maar zo kent u mij niet. Daarom wil ik het liever gewoon zeggen zoals ik het zie.
Als ik de afgelopen veertien jaar in één beeld moet vangen, dan hebben we in Barneveld af en toe wel erg netjes thee gedronken. Daar is op zichzelf niets mis mee, maar het wordt wel eentonig als je het elke dag serveert. Niet omdat Barneveld het niet beter verdient, maar omdat we het soms spannend vinden om echt te kiezen. Want kiezen betekent dat je ergens voor gaat staan, en dus ook ergens tegenin moet gaan.
Voor de duidelijkheid: daar zit ook mijn eigen aandeel in. Ik heb die thee zelf ook vaak genoeg meegedronken. En eerlijk gezegd vond ik dat soms ook best comfortabel.
Toch zag ik de afgelopen jaren ook iets anders gebeuren. De één na grootste partij durfde geen eigen standpunt in te nemen over de zondag. Te gevoelig. De kiezer vond het prima. De nu twee na grootste partij koos voor de Europese vlag, omdat over de regenboogvlag eerst nog een goed gesprek gevoerd moest worden. En dat zie je niet alleen in standpunten, maar ook in wat we doen, of juist laten.
Over die “goede gesprekken” wil ik dan ook iets zeggen. Ik ben de afgelopen jaren bij zo’n beetje alle regenboogvieringen in de Emmauskerk geweest. Van alle partijen die hier zeiden dat zij het gesprek op een andere manier wilden voeren, heb ik daar niemand gezien. Ook het college schitterde steevast in afwezigheid. Terwijl juist daar aanwezigheid ertoe doet. Juist daar laat je zien waar je staat. Vanuit dit huis bleef het opvallend stil.
Want een gesprek voer je niet alleen met woorden. Je voert het door aanwezig te zijn, juist waar het schuurt. En als wij het hier niet doen, dan gebeurt het ergens anders.
De afgelopen jaren gaf Pro’98 deze raad kleur. Niet omdat dat makkelijk was, maar omdat het nodig was. Tegelijk zag ik andere partijen voorzichtiger worden. Iets minder uitgesproken. Iets meer gericht op het behouden van positie. Dan krijg je visiestukken waar eigenlijk iedereen vóór kan zijn, maar waar weinig door verandert.
De makkelijkste vorm van politiek is vertellen wat je niet wilt. Geen windmolens. Geen wolf. Geen theater. Maar besturen begint pas bij de vraag wat je dan wél wilt. Zo ontstaat langzaam een patroon: we vermijden, we stellen uit en uiteindelijk laten we los wat we dachten vast te houden. We wachten nog even en hopen dat het vanzelf overgaat. En we noemen dat zorgvuldigheid, terwijl het soms gewoon uitstel is, maar dan netjes verpakt.
Juist daarvoor is democratie bedoeld: om het conflict hier te voeren, met woorden en met argumenten.
Er is ook nog een andere kant van deze gemeente. Niet alles wat Barneveld vormt, speelt zich af in de raadzaal. Er bestaat in deze gemeente een zekere vanzelfsprekendheid in hoe dingen horen te gaan en zelfs in wat Barneveld geacht wordt te zijn. Ook voor mensen die hier nog niet zo lang zijn.
Er zijn makelaars die bij een bezichtiging vriendelijk uitleggen: was uw auto niet op zondag, dan kunt u beter ergens anders gaan kijken. Dat staat nergens in beleid. Maar we zijn daar verrassend efficiënt in.
En het is inmiddels heel normaal geworden dat buiten deze raad niet alleen over Barneveld wordt gesproken, maar ook steeds nadrukkelijker wordt verteld wat Barneveld hoort te zijn. Of het nu Optisport is of de Midden Nederland Hallen: dat lees je in de Barneveldse Krant. En in een gemeente als de onze heeft dat gewicht. Meer dan we soms willen toegeven. Ook dat hebben we laten gebeuren alsof het er niet toe deed.
Ik zie diezelfde beweging ook op een andere manier. Ik heb een vriend, hier opgegroeid, die na zijn studie serieus overwoog terug te komen. Goed opgeleid, betrokken, precies het type dat je als gemeente graag vasthoudt. Hij kwam een weekend kijken, sprak met mensen, voelde hoe het hier werkt en koos uiteindelijk voor Amersfoort.
Hij is niet de uitzondering. Hij is precies het type dat we soms kwijtraken. En tegelijkertijd trekken we ook mensen aan die zich hier juist heel goed thuis voelen. Mensen voor wie precies deze cultuur de aantrekkingskracht is.
Zo krijgen we, heel geleidelijk, steeds meer van hetzelfde.
En dat zie je uiteindelijk ook terug in de politieke kaart van Barneveld. Eén partij groeit hier al jaren structureel. Niet alleen door overtuiging, maar ook doordat de achterban groeit. Dat is niet alleen strategie; dat is ook demografie. En dat is geen verwijt, maar een gegeven. Tegelijk betekent het wel dat de verantwoordelijkheid groeit. Want hoe groter je wordt, hoe meer je ook mensen vertegenwoordigt die niet hetzelfde denken als jij.
Een getuigenispartij heeft het recht om te getuigen. Maar getuigen is iets anders dan opleggen. En wie zich beroept op overtuiging, mag datzelfde recht ook aan anderen gunnen.
Is dat allemaal erg? Uiteindelijk niet. Dit is wat hier gekozen wordt, en de democratie zal altijd haar werk doen. Ik begrijp dat ook. Want kiezen voor zekerheid voelt vaak veiliger dan kiezen voor verandering.
Maar het is niet het Barneveld dat ik voor me zie.
Ik geloof nog steeds dat een gemeente sterker wordt als ze ruimte geeft aan verschil. Als ze niet alleen beheert, maar ook durft te kiezen. En als ze af en toe iets minder netjes durft te zijn.
Met dat verhaal heb ik niet iedereen weten te overtuigen. Dat hoort er ook bij. Ik heb geprobeerd die kleur aan te brengen. Soms lukte dat, soms ook niet. Maar altijd met de overtuiging dat het nodig was.
Voor Pro’98 blijft dat verhaal bestaan. Misschien wel scherper dan ooit.
En omdat er morgen ook een nieuwe raad begint, nog één gedachte: raadswerk begint pas echt als je je stem laat horen. Ook als dat spannend is.
Voor mij eindigt het hier.
Het was goed om hier te zijn. De samenwerking binnen de gemeenteraad is iets wat ik de rest van de samenleving ook gun. Ik dank de kiezers, mijn fractie en het bestuur voor het vertrouwen.
Ik dank ook Elise, die mij eigenlijk niet anders kent dan als raadslid. Samen hebben we in deze intensieve jaren drie prachtige dochters gekregen. Julia, Evi en Femke vragen zich nu af of papa straks echt nooit meer ’s avonds weg zal zijn. En stiekem hoop ik zelf dat ik nu ook weer wat vaker met vrienden mag ‘vergaderen’.
Ik heb dit werk met veel plezier gedaan. Maar het heeft ook veel gevraagd. En daarom is het goed zo.
Op Raadhuisplein 1 mag het af en toe best iets minder netjes. Niet in de vorm, maar op de inhoud. Want juist waar het een beetje schuurt, gebeurt er iets.